Kamiel De Vooght –Grenadier

Kamiel De Vooght – Grenadier

04/07/2018 – door Jacqueline Boelens 

Ex-grenadier, Kamiel de Vooght, was zeker geen doetje, en ondanks het feit dat zijn legerdienst wel wat kommer en kwel was, houdt hij er toch de beste herinneringen aan over. Zijn verhaal is er één dat recht uit het hart komt, niet zonder enige nostalgie.

Zijn korte Grenadiersverhaal begon zoals bij zoveel kandidaat-miliciens in het Klein Kasteeltje, samen met zijn schoolmaat en privé kameraad Julien. Daarna volgde de selectie in Turnhout, waar hij werd aangeduid voor Duitsland. Het soldatenleven begon vervolgens in Soest bij de Grenadiers. Tot zijn verrassing stelde hij vast dat ook zijn kameraad Julien daar verbleef.

Daar diende hij in de lichting 1964-1965, als SM in de 1e compagnie, 1e peloton, kamer 1 — de rechtse blok bij het betreden van de kazerne. Hij werd er aangesteld als kameroverste en kreeg de taak om de kamer niet te laten poetsen door de sergeant, wat hem meteen zijn eerste "piket" opleverde.

Hij groeide uit tot een goede schutter en werd beloond met een Fallo-geweer. Later kreeg hij ook het insigne van Stormfuselier. Daarna werd hij uitverkoren om het royale Grenadiers-tenue met berenmuts te dragen, waarmee hij met fierheid meerdere defilés mocht meemaken.

Toen hij in aanmerking kwam voor de twee strepen van korporaal, had hij niet de ambitie om die verantwoordelijkheid op te nemen en liet hij die kans aan een collega-milicien. Kort daarna werd hij ontboden bij de korpscommandant en kreeg hij, in de toen geldende tijdsgeest, opnieuw "piket" aangeboden. Hij werd al snel de man die om allerlei kleine redenen regelmatig piket kreeg toegewezen, vaak met medewerking van onderofficieren.

Tijdens grote alarmen moest hij samen met collega's in de munitiekelder geweerkisten ontruimen en in vrachtwagens laden. Hij merkte al snel dat dit werk met twee personen veel efficiënter verliep dan alleen. Toch bleef het vaak "weerom piket", want laden en lossen moest hij meestal alleen doen. Daarbij zocht hij steeds naar een logische oplossing.

Zijn kameraad Julien, die chauffeur was van de arts in de infirmerie, gaf hem soms op voorhand informatie over alarmen, zodat hij op tijd wacht kon aanvragen in het depot in Bücken en zo het sleuren met kisten kon vermijden.

Later werd hij door de aalmoezenier gevraagd om deel te nemen aan het kerkkoor van de kazerne. Tijdens de repetities kon hij niet meer deelnemen aan piketten, maar tot zijn verbazing kwam er opnieuw "piket" bij. De aalmoezenier tilde daar zwaar aan en hij werd opnieuw bij de korpscommandant ontboden voor een gesprek van man tot man — iets wat in die tijd niet evident was.

Tussendoor werd hij ziek door een zware zweer op het bovenbeen. Na enkele dagen infirmerie werd hij overgebracht naar het militair hospitaal in Berchem, waar hij nog eens getroffen werd door een ziekenhuisbacterie. Hij verbleef daar drie maanden en kon daardoor geen oefenkampen volgen.

Later kreeg hij via de kapitein-aalmoezenier een vaste plaats in de wasserij. Die functie nam hij meteen aan en gedurende meer dan een half jaar stond hij in voor het wassen en verzorgen van de uniformen van onderofficieren en officieren. Ook daar ontsnapte hij niet aan het militaire systeem en de bijhorende piketten.

Bij een hogere officier moest zijn uniform steeds klaar zijn voor vertrek, wat opnieuw voor extra taken zorgde. Uiteindelijk zwaaide hij af met nog wat straf piket, omdat hij bepaalde heren te slim af was geweest.

Desondanks kijkt Camiel met voldoening terug op zijn legerdienst. Het was een tijd van kameraadschap, discipline en ervaring bij de Grenadiers. Al merkt hij op dat het leger anno 2015 sterk geëvolueerd is naar een technisch en vaak computergestuurd systeem.

Grenadier, Kamiel.

Share